Tegenwoordig heb je voor alles wat je ooit maar wilt kunnen verven, een soort verf. Leerverf is voor leder verven, kledingverf voor op textiel, waterverf voor op aquarelpapier… het gaat maar door. Er is nu zelfs verf om op plastic te kunnen verven. Als kind heb je het vast wel ooit eens een keertje geprobeerd. Door met normale verf over een plastic tas te gaan, krijg je alleen maar schilfers van verf die eraf vallen. Tegenwoordig hoeft dat niet meer met plasticverf.

Belangrijk is het te weten wat er allemaal in verf zit. Er zit ten eerste lijm in. Hierdoor wordt de verf aan wat geverfd moet worden vastgeplakt. Daarnaast zit er een mengmiddel in, die alle ingrediënten bij elkaar houden. Bij olieverf is dit olie; bij verf die met water gemengd moet kunnen worden is dit iets anders. Daarnaast zit er kleurstof in. En die kleurstof is heel interessant.

Want vroeger werden die kleurstoffen uit natuurlijke producten gehaald. Bij sommige kleuren was dit geen probleem, zoals bij bruin. De grondstof die daarbij gebruikt werd, was namelijk heel erg goedkoop. Rood was anders. Die kleur verkleurde namelijk erg snel, dus daar moest erg zuinig mee gedaan werden. Groen was ook een hele dure kleur; als je dus groen op een schilderij ziet staan, was de opdrachtgever erg rijk. Goud was natuurlijk ook heel duur, omdat daar echt bladgoud voor werd gebruikt. Maar de allerduurste kleur is blauw. Die moest namelijk gemaakt worden uit de lapis lazuli steen, die erg schaars en kostbaar was.

Tegenwoordig is dit niet meer zo en kunnen kleuren kunstmatig gemaakt worden, met veel goedkopere kleurstoffen. Zo konden alle verfsoorten ontwikkelt worden, omdat het experimenteren met verf niet langbaar een hele dure hobby was. Daarnaast hebben de ontwikkelingen op het gebied van scheikunde ook heel erg geholpen.

 

 

https://www.deleerverfwinkel.nl/

Comments are closed.