De oranjebuik parkiet is ongeveer 20 centimeter lang.Bij de man zijn de kruin en de bovenzijde van het lichaam stralend groen. De blauwe voorhoofdsband is afgezet met een lichtblauwe lijn. De onderzijde van het lichaam is geel en heeft onder op de buik een fel-oranje vlek. De buitenrand van de vleugel is blauw, de middelste vleugeldekveren zijn meer bleekblauw. De staart is groen met een blauwe tint, de buitenste staartpennen zijn geel getint. Er is geen ondervleugelstreep. De snavel is grijsachtig bruin, de ogen zijn bruin, de poten grijsachtig. Het vrouwtje is op de rug bleker. De voorhoofdsband is bleker, maar zonder rand. De ondervleugelstreep is min of meer aanwezig. De jongen zijn minder gekleurd dan het vrouwtje. bij de jonge mannen is de buikvlek al te zien maar is kleiner. De ondervleugelstreep is aanwezig.
Leefomgeving: De oranjebuik parkiet leeft op tasmanie, op enkele eilanden in de Bass-straat en in de kuststreken van het zuidoosten van Zuid-Australie en van West- Victoria.Ze leeft voornamelijk aan de kusten, maar is wat gemakkelijker wat zijn leefgebied betreft dan de rotsparkiet. ze leeft in open weidegebieden, in schaars struikgewas, op zandduinen, in in cultuur gebrachte of moerasachtige gebieden. Ze is zeer zeldzaam. Tussen november en maart is ze niet op Victoria. Het schijnt dat ze naar Tasmanie trekt om te nestelen.
Ze leeft paarsgewijs of in een kleine vlucht. Ze brengt de meeste tijd door op de grond, hetzij op zoek naar haar voedsel, hetzij onbeweegelijk onder een bos gras of een struikje waarbij haar verenkleed volledig versmelt met de omgeving. Het is een voorzichtige vogel die moeilijk te benaderen is en die aktief is voor zonsopgang en na het vallen van de nacht. Haar voedsel bestaat uit diverse zaden, fruit, bessen
Men weet weinig over de voortplanting. Er zijn nesten gevonden in november en december; die nesten bevonden zich in gaten van bomen en in holle stronken; ze nestelt mischien ook op de grond,onder rotsen of graspollen. Er worden vier tot zes eieren gelegd.
Deze vogel, die zeldzaam is in het wild, is praktisch nooit ingevoerd
Oranjebuik parkiet op een postzegel uit Australie.
Afmetingen:
Lengte: 20-22 centimeter Gewicht: 45 gram
Voortplanting:
Geslachtsrijp: met 1 jaar Broedperiode: Van november tot December Aantal legsels per jaar: 1 Legsel: 3-6 Broedduur: 23 dagen daarna 35 dagen voor uitvliegen.
Verspreiding:
In het rood staat aangegeven waar de soort het meeste voorkomt.
Het houden in gevangenschap:
Deze soort wordt in nederland en europa niet als voliere/kweek vogel gehouden dit door hun uiterst zeldzaamheid.
Voeding:
Grof parkietenvoer kan als basis gegeven worden maar er zijn gelukkig fabrikanten die een speciale Neophema-mengeling in het assortiment hebben opgenomen. Jos van Himbergen is één van die fabrikanten.Deze speciale mengeling is aan te bevelen omdat de Neophema bekend staat om de spijsverteringsproblemen. Groenvoer zoals andijvie, jonge spinazie, sla etc. kan ook goed gegeven worden. Was het wel eerst goed af met het oog op de middelen die gebruikt worden tegen insecten. Wees niet te royaal met het verstrekken van groenvoer omdat dat ongetwijfeld tot darmproblemen leidt. Verder wat trosgierst zo nu en dan als lekkernij tussendoor wordt gewaardeerd door de vogels. Grit, sepia en soortgelijke producten moeten net als vers water altijd tot de beschikking van de vogels staan.
Cites:
De Oranjebuikparkieten Neophema chrysogaster zijn het zeldzaamst van alle neophema's. In de avicultuur zijn ze bijna onbekend.Oranjebuikparkieten zijn beschermd bij de wet.Ze staan op de CITES lijst voor bedreigde diersoorten Hun natuurlijke leefgebied is de zuidkust van australie,tasmanie en de eilandjes daar rondom. De huidige populatie bestaat uit 180 vogels en is momenteel stabiel.
Internetartikel over de Oranjebuikparkiet:
Uitbraak ziekte stopt vrijlating parkieten
(The Mercury, MICHELLE PAINE )
De geplande vrijlating van oranjebuik parkieten (Neophema chrysogaster) in het wild is dit jaar afgebroken door een verlenging van de quarantainemaatregelen voor deze bedreigde vogels. De doodsoorzaak van de 43 overleden jongen afgelopen zomer in het kweekstation van de overheid in Taroona is nog steeds niet achterhaald. De DNA testen op het bekende Herpes virussen kwamen allemaal negatief terug. De monsters waren genomen van vogels in het kweekstation in Taroona en de zusterpopulatie in het Healesville Sanctuary bij Melbourne. Deze dieren leven allen in gevangenschap. De volwassen dieren zijn allemaal gezond en een nieuwe ronde eieren zal later deze maand uitkomen.
“ We houden de ontwikkeling van de nieuwe jongen scherp in de gaten deze zomer,” zegt de manager van het Threatened Species Projects, Mark Hodswordth.
“Normaal gesproken worden de jongen rond half oktober vrijgelaten. We overwogen een late vrijlating vanuit Healsville deze week. Na overleg met experts uit Victoria, Zuid Australië en Tasmanië (deelnemers aan het kweekprogramma) stemden we in met een verlenging van de vrijwillige quarantaine tot er meer testen zijn gedaan.”
Deze zomer zal er ook bij de wilde vogels op Herpes worden gecontroleerd. Normaal gesproken worden er in oktober 30 tot 40 vogels vrijgelaten in het zuidwesten om de kleine populatie daar te ondersteunen. Maar het gebrek aan informatie omtrent de 43 sterfgevallen, dit is 3 maal het gemiddelde, vraagt om een voorzichtige aanpak.
“We zijn bang iets over het hoofd gezien te hebben. Het laatste wat we willen is een nieuwe ziekte in het wild introduceren.”
David Phalen, Sydney’s Wildlife Health and Conservation Centre director, is een expert op het gebied van vogelziekten en heeft de testen voor het identificeren van het herpes DNA gedaan.
“Tot zover zijn de DNA testen negatief voor bekende herpes virussen. Dr. Phalen zal een andere test doen in de komende 2 maanden om te achterhalen of het hier een nieuwe, nog onbekende herpes variant betreft.”
“Het kan zijn dat we er niet achter komen wat de oorzaak of oorzaken zijn. Als het broedseizoen succesvol verloopt dit jaar dan zal het altijd een raadsel blijven.”